Jumbo Jet.

J
1989 was het jaar dat jij in mijn leven kwam. Ik was zes. Jij… ietsje ouder. Mijn opa had je een jaar nadat hij mijn oma had begraven leren kennen. Niet via een website of een app, maar via de zus van mijn oma. “Zorg jij voor een nieuwe vrouw voor hem?”, had ze gevraagd op haar sterfbed. “Zelf doet ie het niet en hij is nog veel te jong om voor altijd alleen te blijven”, vervolgde ze. Haar zus accepteerde en kwam die belofte uiteindelijk na. Precies aan jaar later kwam ze met ene Henriëtte uit Rotterdam op de proppen. Een kakelende kip vol gezelligheid, die haar hele leven lang single was gebleven. Een Ras-Rotterdammer, dus niet meteen de gedroomde match voor mijn opa met Amsterdamse roots. Hij wuifde het voorstel dan ook weg. Maar ja, die vrouw zou tóch wel heel bijzonder moeten zijn. En zo volgde na het nodige speurwerk die eerste ontmoeting met jou en de rest is geschiedenis. Je werd onderdeel van mijn opa’s hart en dus van onze familie. En je bleef bij ons. Heel erg lang. Tot gisteren. Toen besloten de sterretjes dat ze nog ietsje harder konden stralen met jou erbij.

Onze familie is een gekke. Door scheidingen, een tweede leg en allerlei bijbehorende ruzies is de familie De Munck een soort kwartetspel geworden, waarbij veel kaartjes verloren zijn gegaan en de kaartjes die het hebben overleeft, het weer niet met andere kaartjes in de doos uit kunnen houden. Een zooitje dus. Gooi daarbij een flinke portie gebrekkige communicatie, die vooral de De Munck-mannen tot kunstvorm hebben verheven, in de mix en je hebt een perfect recept voor drama te pakken. Eigenlijk hebben wij dus alleen in mijn kindertijd een normale band met elkaar gehad, voordat allerlei volwassen gezeik tussen ons in kwam te staan. Lieve Oma Jet. Die voor mij de rookworst uit de snert viste omdat ik de soep niet wilde. En het dan stiekem aan me voerde op een lepeltje. Het was sowieso altijd te gek bij jullie. Honger had je er nooit, jullie hadden een orgel… en om niet te vergeten: jullie waren de enige mensen die ik kende met een zwembad in de tuin. Ik heb er talloze baantjes in doorgebracht, maar kan me niet herinneren dat ik jou er ooit in heb zien zwemmen bedenk ik me nu.

Wat ik me nog wél levendig voor de geest kan halen zijn de weekendjes weg naar Sneek. Daar hadden jij en opa een boot. Dat varen kon me stiekem gestolen worden, het is niet alsof ik ooit zeebenen gehad heb, ik ging om te kletsen. Met jou. Want dat was wat je het allerbeste kon: kletsen. The light of the party, het pareltje in de kamer, jij was het allemaal. Altijd. Regen of zonneschijn, zelfs in de donkerste dagen was jij de Jumbo Jet van de familie die met opgeheven hoofd als blij ei door het leven stapte. Inspirerend.

2014 was het jaar dat jij voor de tweede keer in mijn leven kwam. Al die tussenliggende jaren dat we elkaar door dat familiegedoe niet meer zagen hielden we contact. Af en toe een kaartje, soms een telefoontje, maar dat gezellige volproppen bij jullie thuis was er niet meer bij. Tot Stach geboren werd. Niet alleen voor ons een wondertje, maar voor jullie als hoofden der familie ook. Het allereerste achterkleinkind en dan ook nog eens van dat andere blije ei van de familie. Letterlijk.

Alsof ik door de poorten van de teletijdmachine was gestapt. Zo’n beetje elk detail uit mijn kindertijd was bij jullie thuis nog identiek terug te vinden. In twintig jaar tijd had de tijd stilgestaan. Of nou ja, zo leek het. Jij was inmiddels niet meer helemaal dezelfde als vroeger. Je was ziek. Niet alleen kon je minder goed bewegen, ook je hoofd deed niet meer wat jij wilde dat het zou doen, of belangrijker: zou onthouden. Maar jij was in basis nog steeds jij. Shined Bright Like A Diamond. Niemand in de kamer kon om je heen. Jouw aanstekelijke lach was nog diezelfde waar ik als klein Ericje ook al zo weg van was. En waar die kleine zoon van ons ook nog bij heeft liggen kirren.

En dan is het 2017. Nog maar net. Ik ben inmiddels drieëndertig en jij… nog steeds ietsje ouder. De telefoon gaat op de tweede dag van het nieuwe jaar. Of ik misschien nog afscheid van je wil nemen. Je ligt in het ziekenhuis. Wakker worden zit er niet meer in, de artsen zeggen dat het een kwestie van tijd is voordat je er echt niet meer bent. Voor ik ’t mezelf goed en wel besef zit ik naast mijn opa in het kamertje waar je ligt. Afscheid nemen wil ik niet, nog lang niet, maar het kan niet anders. Ademen doe je nog, maar alleen als overlevingsmechanisme van je lichaam. Opa houdt je hand stevig vast en vertelt wat er allemaal aan je mankeerde de laatste jaren. Kort, want hij begint meteen daarna over alle prachtige avonturen die jullie samen hebben beleefd. De reizen die jullie maakten, maar ook de steun die je voor hem was. En vooral hoe bijzonder hij het vond om die tweede kans op ware liefde te krijgen.

Een paar uur nadat ik je op je voorhoofd heb gekust zit ik thuis op de bank aan vroeger te denken. Precies op dat moment ga jij voor de allerlaatste keer op reis, zonder opa deze keer. De Jumbo Jet die je bent vliegt nog één keer. Niet omdat je niet meer wilde leven, allesbehalve dat zelfs, maar omdat je niet meer kon leven. Ik ben blij dat ik je gekend heb lieve oma. Je positiviteit was een grotere inspiratiebron in onze familie dan je zelf ooit hebt beseft. Die sterretjes daarboven hebben maar geluk met jou in hun midden. ❤️✨

Plaats reactie