Jezelf Zijn.

J

Ik kan beter opschieten met vrouwen dan met mannen. Voel me eerder thuis bij vrouwen, kan beter met ze praten en vind het héérlijk om af en toe schaamteloos met ze te roddelen. Zij zijn op hun beurt dan weer blij met mij, een hysterische homo behoort namelijk toch tot de klassieke vriendeninboedel van een gezonde heteroseksuele dame. En dat ís ook gezellig denk ik, alsof je er een vriendin bij hebt, maar dan eentje waar je nooit jaloers op hoeft te zijn.

Met de klassieke gay scene heb ik eigenlijk weinig. Ik geloof niet zo in het bij elkaar hangen in kliekjes en voel me simpelweg niet zo op mijn gemak bij andere mannen, homo’s in het bijzonder. Dat ligt hoogstwaarschijnlijk aan mijn eigen onzekerheid. Ik voel toch de behoefte om me als one of the (gay) guys te gedragen, terwijl ik me anders voel. Als kind hinkelde ik al het liefst met de meisjes mee, hield ik niet van sport en deed ik aan toneel. Bij de keuze tussen auto’s en Barbies in je Happy Meal vroeger, koos ik altijd voor die laatste. Lange tijd dacht ik dat ik misschien liever zelf een meisje zou worden. Met alles erop en eraan. Ik was jaloers op de roze jurkjes en schoenen met hoge hakken. En ook anno 2019 kan ik vol passie en afgunst naar een prachtig opgemaakte vrouw kijken.

Het lijkt me ergens namelijk heerlijk om je te laten gaan met make-up, valse wimpers en lang gekruld haar. Om je écht op te kunnen doffen voor een feestje of een speciale gelegenheid. In kledingwinkels is er voor vrouwen altijd veel meer keus, vol veranderende collecties. Voor ons mannen blijft de keuze redelijk beperkt met saaie shirts en even troosteloze truien. En dan heb ik het nog niet eens over sieraden gehad: glimmende kettingen of ringen met diamanten: ik heb daar mijn hele leven lang al een enorme fascinatie voor.

Vroeger deed ik daar niet moeilijk over. Dan huppelde ik vrolijk met de pumps van mijn tante door het hele huis. Volgehangen met parelkettingen en andere blingdingen. Ook verkleedpartijtjes behoorden toen tot de vaste manieren van vermaak, dan speelde ik vaak de prinses in nood. Maar ergens onderweg naar het volwassen worden is de omslag gekomen dat het niet meer kon. Dat ik nou eenmaal een jongen was, waar dit soort feministische uitspattingen absoluut niet bij hoorden. Dat is voor meisjes en dat ben ik nou eenmaal niet.

Types als Caitlyn Jenner en de Vlaamse Bo Van Spilbeeck volg ik op de voet. Transgendervrouwen die onwijs open en eerlijk zijn over hun transitie. Niet omdat ik me aan hen spiegel of ergens het gevoel of de behoefte heb om vrouw te worden, helemaal niet zelfs. Ik heb regelmatig een hekel aan mezelf, maar níet omdat ik een jongetje ben. Maar ik vind het wél van enorm veel lef getuigen om zo’n enorme stap te zetten terwijl ze weten dat er over ze geluld gaat worden. Dat er tot het einde der tijden om ze gegniffeld zal worden als ze het niet -of juist wel- horen. Maar toch kiezen ze voor zichzelf om uiteindelijk vol trots en eerlijkheid in die spiegel te kunnen kijken.

Ik gun iedereen een beetje meer kinderlijke vrijheid en trots. Mezelf ook. Dat ik een gouden ring met een knettergrote diamant kan dragen als ik dat wil. Of dat ik in een galajurk naar een feestje kan om me speciaal te voelen. Zonder vooroordelen, zonder meningen. Gewoon omdat het schattig is dat iemand zijn hart en intuïtie blijft volgen. Of diegene nou twee, zeven, negentien, zesendertig of vijfentachtig jaar is. Leven en laten leven, dat idee. En dat begint in mijn geval toch weer éérst bij mij: volledig jezelf zijn, ga er maar aanstaan.

Plaats reactie