Fifty Shades of Cray.

F

Gek. Ik vind dat maar een gek woord. Want wanneer ben je eigenlijk gek? En de uitdrukking gek heeft een nogal negatieve lading, alsof je bij elke verdenking van mentale tekortkoming in het gesticht gestopt zou moeten worden. Elke gek zijn gebrek, dat idee. En als je gebroken bent en je stinkende best doet om tóch elke dag weer uit bed komt en er het beste van probeert te maken, ben je dan eigenlijk gek? Of ben je juist gek om je elke dag voor te doen als iemand anders en non-stop te blijven lachen terwijl je van binnen op instorten staat? En op welke vraag dan ook “ja, het gaat goed” te antwoorden. Ook gek.

Toen ik voor het eerst dacht dat ’t in mijn hoofd wellicht niet he-le-maal vlekkeloos verliep, ging ik van die online testjes doen. Een heel slecht idee, want je hebt altijd iets. Net als kanker, dat heb je volgens Google óók altijd. Maar goed, ik tikte wél het ene na het andere vakje met problemen aan, dat was mijn eerste aanwijzing dat ik wellicht toch een beetje gek was. Of in ieder geval soms.

Dat bleek te kloppen. Ergens in mijn hersenen gaat het af en toe fout. Waardoor ik heel boos kan zijn. Of woedend. Of verdrietig. Of al die emoties in één keer. En dat dan op standje ongezond. Niet enórm veel aan te doen, behalve het gevoel langzaam proberen te onderdrukken. En er op heel erg slechte dagen aan overgeven en in bed blijven liggen. Maar dan voel ik me gek. En me gek voelen leverde altijd nóg een emotie op: schaamte. Het willen opeten van je eigen tong zodat je maar niet hoeft te vertellen wat er zich écht in je hoofd afspeelt. Want dan vinden mensen je raar. Of gek. Of gestoord. Of nog erger: ze gaan weg. Dat dacht ik althans. En wat je dan krijgt is een etterend gevoel van leegte in een put waar je nooit uit kunt klimmen. Of erger nog: wilt klimmen.

Ik volg al ruim twee jaar therapie om mezelf een beetje beter te begrijpen. Om mijn plekje in de wereld een beetje draaglijker te maken. En na die talloze sessies, nog meer woede-uitbarstingen en ontelbare paniekaanvallen voel ik me nog steeds vaak hetzelfde. Maar leer ik wél te accepteren dat er ‘iets’ in mij gebroken is, waardoor ik altijd aan mijn mentale ik zal moeten werken. Dat is soms lastig en confronterend, maar schaamte komt níet meer in dat woordenboek voor. Goddank.

Het is namelijk oké om een beetje gek te zijn. En het is ook oké om daar grappen over te maken. Het is prima om af en toe in bed te blijven liggen en het is óók niet erg om op sommige dagen uitgeteld en leeggezogen op de bank te crashen. We hebben allemaal een mentale gezondheid, net als de fysieke evenknie. Dat is voor de één een grotere uitdaging dan de ander. Als we er maar eerlijk over zijn… en de lat niet te hoog leggen. Zo houd ik niet van sporten, drink veel te veel wijn en gedraag me soms als een ontiegelijke zakkenwasser omdat de controle over mijn geduld niet helemaal in balans is. En op sommige dagen wil ik dood. Zo hebben we allemaal wel eens wat. Nogmaals: elke gek zijn gebrek.

En eerlijk is eerlijk, ik had me ook veel liever alleen maar druk gemaakt om mijn wintertenen of een vage dwangneurose, maar het is wat het is. En als ik daar op slechte dagen héél verdrietig van kan worden, bekijk ik gewoon de Instagramfeed van mijn eeuwige heldin Britney Spears. Toch mijn ultieme voorbeeld (don’t judge please) van wat het leven je ook toewerpt, er is altijd een reden om door te gaan. Plus: gekker komen ze bijna niet and she’s doing allright. Behalve als ze opgesloten zit na een enorme breakdown dan. 👱🏼‍♀️

View this post on Instagram

How good am I ???

A post shared by Britney Spears (@britneyspears) on

Plaats reactie