Diep in de Zee.

D

Vroeger mocht ik van mijn ouders -uiteraard- zo’n beetje alles worden wat ik maar wilde. Dat begon ooit als brandweerman op de basisschool, maar via limousinechauffeur en miljonair kwam ik uiteindelijk bij een wel héél bijzonder doel terecht: ik wilde Ariël zijn. Je kent haar wel, die bekende Disney-zeemeermin die dit jaar haar dertigjarige bestaan viert. En nee, ik wilde dan niet de mannelijke versie worden, het moest precies zijn zoals de ‘echte’ Ariël. Inclusief lange rode haren, mintgroene vissenstaart en de bekende paarse schelpenbikini.

Mijn diepste wens aan iemand vertellen behoorde niet tot de mogelijkheden, of nou ja, dat dácht ik althans. Dus droomde ik in het geheim over mijn leven als Kleine Zeemeermin. Iedere keer als ik met mijn twee mensenbenen in de zee of het plaatselijke zwembad plonsde, maakte ik daar in m’n hoofd een soort flitsgeluid bij en had ik een fantasievissenstaart. Tot het moment dat ik het bad weer uit stapte natuurlijk, dan was het ultieme gevoel weer even voorbij. De laatste keer dat ik deze fantasie beleefde was vorige maand, toen ik met zoonlief aan het zwemmen was op dezelfde plek als waar ik ben opgegroeid.

Oké, helemáál hetzelfde als vroeger is het niet meer. Ik weet inmiddels dat zeemeerminnen -en mannen niet echt bestaan. En dat leven in de zee ook de nodige nadelen met zich meebrengt: het schoonmaken van de oven lijkt me minder pittig dan je vissenstaart algenvrij zien te houden. En belangrijker: ik heb tegenwoordig wél het gevoel dat ik mezelf mag zijn en me niet meer hoef te verstoppen in een droomwereld om daarnaast te voldoen aan een clichématig beeld van hoe mannen zich dienen te gedragen. Ik ben getrouwd met mijn grote liefde, heb een zoon en heb het carrièrepad gevolgd waar ik na mijn zeemeerminnenwens het meest van droomde: bij de televisie werken. Tegenwoordig voel ik me in het echte leven toch meer Prins Eric dan Ariël, maar ik weet ook dat het niet erg zou zijn als het wél anders was geweest.

Ik sprankel dan ook van trots als ik mijn kind vol overtuiging vooraan zie poseren op de schoolfoto met zijn roze jurk aan. Of als ik hem giechelend en vol overgave betrap op het meezingen én dansen op de teksten van K3. Zonder schaamte en zonder enige drempel om zichzelf te kunnen en willen zijn, ongeacht tot wie of wat ie uiteindelijk opgroeit. En hoewel ik dat gevoel zelf eerder had willen bereiken, ben ik vooral blij dat het uiteindelijk toch gelukt is. Want pas als je zelf in dromen gelooft, heb je ook de kracht om anderen écht te laten dromen. Dus mocht je binnenkort een lange gast met een vissenstaart en een lelijke rode pruik zien dobberen in een kleffe plas in de Achterhoek, bel dan vooral níet de politie. Gewoon glimlachen en zeggen dat het goed is. Want dat is het. Altijd.

Plaats reactie