Code Dood.

C

De eerste keer dat ik aan zelfmoord dacht schrok ik me helemaal rot. Natúúrlijk zou ik niet voor de trein springen, een onschuldig iemand mijn stukjes lichaam langs de rails oprapen, nee dat vond ik echt té zielig. En ook toen ik na avonden research eindelijk had ontdekt welk middeltje er voor zou zorgen dat je voor altijd in coma zou raken was de lol er wel een beetje vanaf. Dan zou het moment om er écht een einde aan te maken toch iets te dichtbij komen. Tegenwoordig is mijn eigen doodswens niet minder geworden, maar gelukkig wel een stuk beter te voorspellen. Er gaat namelijk een waarschuwing aan vooraf, een soort code rood bij zwaar weer zeg maar. Code Dood noem ik het.

Een paar basiskenmerken van mijn persoonlijke Code Dood zijn simpel. Zo merk ik aan het feit dat ik bij een cookiemelding op mijn iPhone de onbedwingbare behoefte krijg om het apparaat tegen de muur te gooien, dat het niet zo lekker gaat. Vaak vraagt mijn zoon op precies hetzelfde moment iets en spuw ik in mijn fantasie alleen maar vuur naar het kind. Het niet schoon worden van een mes in de vaatwasser zorgt dat ik het ding in mijn wang wil zetten en als de hond teveel lawaai maakt hang ik ‘m het liefst bungelend aan een touwtje aan een boom in de tuin. Dat is slecht nieuws voor de atmosfeer. Een combinatie van dit soort gedachten resulteert vervolgens in één conclusie: het zou toch echt wel beter zijn als ik er gewoon helemaal niet zou zijn. Voor mij en voor de mijnen. Een beetje zoals die zomerstorm waarvan je wilt dat ie vertrekt en nooit meer terugkomt. Ik kan dan niks, ik ben niks en het zal ook nooit meer wat worden. Code Dood is dan dus volledig geactiveerd.

Steeds weer hoorde ik mezelf denken: dat kan je echt niet maken. Je gezin heeft je nodig. Je bent een slappeling. Zet nou toch eens door. Doe je best. Op zich geen slechte gedachtegang, maar rijmt niet héél erg met het andere stemmetje in mijn hoofd, dat wil namelijk niet meer leven. Eigenlijk is sterven gevoelsmatig nog mijn enige uitweg, maar het mág niet van mezelf. Dat kan ik nog bedenken. Een beetje als twee fronten die op de weerkaart tegen elkaar aan schuren. Een hoge- en lagedrukgebied.

Gelukkig maar, want als Code Dood voorbij is -net als een tropische regenbui zeg maar- is het in mijn hoofd óók weer opgeklaard. Mijn overprikkelde brein kan dan weer enigszins nadenken. De kortsluiting is opgelost zonder dodelijke afloop en de zon gaat weer schijnen. Alles is dan weer eventjes mooi en iedereen is lief. Maar in mijn gedachtegang breng ik dan alweer snel een bezoekje aan de mentale Buienradar. Want ook al ben ik nu weer eventjes uit de narigheid, een volgende storing ligt áltijd op de loer. Net als bij het ‘echte’ weerbericht eigenlijk. Na regen komt zonneschijn, maar helaas óók andersom. Schrikken doe ik er inmiddels niet meer van, maar ik hoop wel dat die donkere kutwolken in mijn hoofd óóit voor altijd oplossen. Het is de hoogste tijd voor licht. En dan liever niet het witte licht.

 

1 reactie