Alles Kan een Mens Gelukkig Maken.

A

Iedereen weet het waarschijnlijk nog wel, het allereerste singeltje dat je ooit kocht. Die van mij was Alles Kan een Mens Gelukkig Maken van René Froger. In 1989 was het een gigantische nummer één hit. Tevens de enige lp die ik ooit zelf heb aangeschaft, na dit pareltje waren het enkel nog cd’s. Hoe dan ook, afgelopen week heb ik heel vaak aan dit liedje van ons aller René gedacht. Aanleiding waren de cijfers van het CBS waaruit bleek dat mannen gelukkiger zijn dan vrouwen. In eerste instantie was mijn reactie, zoals vaak, rot op met je onzin en ik ging door met mijn leven. Maar ja, die verdomde artikelen in de krant, daar ga je dan tóch over nadenken.

Geluk. Iets heel vaags en totaal niet concreets. Naar mijn idee duurt dat gevoel heel erg kort, weet je vaak pas dat het geluk was als het eigenlijk al weer voorbij is en verandert je perceptie ervan ook steeds. Als kind was ik volgens mij wel gelukkig. Weet ik niet meer, dus dat zal dan wel. Vanaf mijn vijftiende werd ik gelukkig van extreem veel bier en sterke drank door elkaar drinken om zo snel mogelijk in de zevende hemel te zijn. En het uiteindelijk daarna allemaal weer uit te kotsen, maar dat waren de geluksmomentjes dan blijkbaar wel waard. Ik denk dat gelukkig zijn toen iets heel makkelijks was. Een dubbele Malibu Cola en kom maar op met de happiness, dat idee. Als twintiger had ik dat ook, maar toen draaide het vooral om de leuke mensen en gezellige feestjes. Opnieuw weinig voor nodig, beetje sociaal gedoe, vrijheid blijheid en daar schoot dat geluk weer als een malle door het dak.

Nu ben ik 32. Getrouwd, ja. Goede baan, ja. Die ik altijd al wilde, ja. Lieve familie, jazeker. Vrienden, idem. Ben ik daarmee dan extreem gelukkig? Niet echt. Zou ik dat dan moeten zijn? Geen idee. Misschien. Maar eigenlijk maakt het me helemaal niet meer uit of ik blij of verdrietig ben. Als Stach het maar is. Dat is namelijk mijn ultieme Geluk met een hoofdletter -G. Sinds mijn zoon er is draait het om hem. Is hij blij? Komt hij niets tekort? Ben ik er wel vaak genoeg? Doe ik niet te streng? Krijgt hij wel genoeg frisse lucht? Eet hij wel gezond?  Dat soort ongein. En dat ben ik van plan om de rest van zijn en dus ook mijn leven vol te houden. En als er iets dus niet goed loopt, dan ga ik dat oplossen zodat mijn kleine muis wél weer als happy trouper door het leven gaat. Mijn missie zeg maar. Ik denk dat vader zijn stiekem uiteindelijk mijn ultieme geluk is. Want mijn zoon is mijn alles. Alles. Had René met zijn liedje toen al gelijk.

Plaats reactie