Afslag Alleen.

A

Een fantastische man, een geweldig kind, tegenwoordig ook een hond. Talloze goede vrienden en minder goede. Briljant leuke collega’s en een lieve (schoon)familie. Zo’n beetje alles hebben en toch het gevoel hebben om er helemaal alleen voor te staan. Of nog erger: er alleen voor wíllen staan. Omdat je niemand tot last wilt zijn, omdat je jezelf de moeite waard niet kan vinden of omdat je simpelweg zou willen verdwijnen tot kleine stukjes stof zodat je zeker weet dat niemand je kan zien.  Dat is een kleine situatieschets over mijn zogenaamde slechte dagen. En eerlijk: daar zijn er nogal wat van in een gemiddelde week.

Waar het ontstaan is weet ik niet precies. Heftige jeugd. Gescheiden ouders. Te vroeg zelfstandig geworden. Maakt ook eigenlijk niks uit, ik moet er vooral vanaf. Want weet je wat het nadeel van dat vreselijke gevoel is? Het maakt je naast heel verdrietig ook een enorm egoïstische klootzak voor de mensen die je liefhebt. Als je namelijk niet eens fatsoenlijk naar je evenbeeld in de spiegel kunt kijken en van jezelf kunt houden, probeer er dan maar eens voor iemand anders te zijn. En dus kom je in een triestig cirkeltje terecht. Een beetje zoals een rat die in zijn kooi gefrustreerd maar rondjes en rondjes blijft draaien, tot zijn nekje op een dag breekt omdat ie vast komt te zitten. Dat is dan ook mijn grootste angst: op een dag gevonden worden met een geknakt nekje.

Dat is dan ook mijn grootste angst: op een dag gevonden worden met een geknakt nekje.

Het fijne van dit gezellige verhaal is dat ik geen rat ben. Fysiek dan. Emotioneel gezien kan ik soms nogal vies en besmettelijk uit de hoek komen. Ik heb dus de mogelijkheid om na te denken en in te grijpen. En proberen om het patroon dat waarschijnlijk van generatie op generatie in mijn familie doorgegeven is, eindelijk eens een halt toe te roepen. Om niet elke situatie die een beetje moeilijk is uit de weg te gaan, om niet steeds weg te lopen als het te heet onder mijn voeten lijkt te worden en om me eindelijk eens te gaan gedragen als de volwassen man die ik volgens mijn paspoort toch echt al een behoorlijke tijd geleden ben geworden. Niet meer altijd de voor mij zo vertrouwde ‘afslag alleen’ te nemen, maar ook eens een ander pad te bewandelen. En hoe doe je dat dan? Juist: met hulp van iemand anders. Een knettergoede psychiater in mijn geval.

De afgelopen twintig maanden heeft hij me laten zien dat resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst bieden. Dat achter elke wolk écht wel weer een straaltje zonneschijn tevoorschijn kan komen. En dat degene die me écht kan helpen, ik toch uiteindelijk ook zelf ben. Dat gaat de ene dag beter dan de andere moet ik helaas bekennen en ondanks een intens traject is het einde nog lang niet in zicht. Want ook al denk ik íets meer aan mezelf, jaag ik mijn dromen een beetje meer na en probeer ik niet elke seconde van de dag te willen verdwijnen, de-echtgenoot-van-het-jaar-award en de beste-papa-van-de-wereld-prijs zijn allebei nog allesbehalve binnen handbereik. En uiteindelijk is dat het hoogst haalbare. Niet langer zijn, maar wij zijn. Ik hoop dat ’t me lukt. 🤞🏻

Plaats reactie